Plus
Premiumaccount uitproberen
0   Artikelen
#
0,00 €
Uw winkelkarretje is leeg

Beter rijden tijdens de wintermaanden

Inschrijven
IN OP ONZE NIEUWSBRIEF

Voer uw e-mail in om ons laatste nieuws en tips te ontvangen:

Chauffers moeten tijdens de wintermaanden extra goed opletten. Door ook maar enkele seconden niet naar de weg te kijken, kan er een ongeluk worden veroorzaakt. Wij vertellen u graag wat de gevaren zijn van het rijden tijdens de wintermaanden en hoe u gevaarlijke situaties kan voorkomen.

Vijf gevaarlijke situaties op de weg tijdens de winter

  1. Ijzel. De wielen hebben minimale grip op bevroren ondergronden. De auto kan slippen als gevolg van één onvoorzichtige beweging. Er moet ook rekening gehouden worden met een langere remafstand.
  2. Verse sneeuw. In de sneeuw kunnen obstakels zitten die eventueel ongelukken in het verkeer kunnen veroorzaken.
  3. Sneeuw drab. Het gevaar slushplaning, waarbij er een laagje van water, sneeuw, en vervuiling tussen de banden en het wegdek komt te zitten, wordt hierdoor groter. Als gevolg van het slechte contact met de weg kan de auto niet meer goed remmen, versnellen, of manoeuvres uitvoeren.
  4. Slechte zichtbaarheid. Als gevolg van temperatuurschommelingen, vrieskou, en sneeuw kunnen de ramen beslagen raken. Hierdoor wordt het een stuk lastiger om verkeerssituaties correct op te merken en in te schatten. Het wordt ook moeilijker voor de chauffeur om verkeersborden te lezen door de opgehoopte sneeuw.
  5. Lagere temperaturen. Het rubberen mengsel van de banden verhardt wanneer het erg koud is. Hierdoor verslechterd de grip. De banden krijgen hierdoor minder contact met de weg, terwijl de remafstand juist toeneemt.

Twaalf suggesties van AUTODOC voor veilig rijden tijdens de wintermaanden

  1. Zorg voor een vervanging van de zomerbanden door winterbanden wanneer de winter begint. Een winterband bezit een specifieke samenstelling die elastisch blijft wanneer de temperaturen dalen. De rubberen samenstelling van de band bevat veel silicium voor een betere grip op gladde wegen. Het patroon van het profiel is ook geschikt voor de specifieke eigenschappen van gladde en natte wegen. De winterbanden van bepaalde fabrikanten hebben bijvoorbeeld speciale microscopische pompen om vocht van het bevroren oppervlak op te nemen.
  2. Voordat u wegrijdt, moet alle sneeuw en al het ijs van de wagen en de ramen worden verwijderd. Gebruik hiervoor speciale borstels, krabbers, en chemische ontdooimiddelen. De ramen moeten ontdooid zijn. Zorg er ook voor dat de spatborden en de wielkasten niet lijden onder vuil en vastzittende sneeuw. Als dit bevriest, gaan de wielen moeilijker draaien en wordt het voertuig minder wendbaar. Zorg er ook voor dat er geen sneeuw meer op het dak van de wagen ligt wanneer u begint met rijden, aangezien deze sneeuw dan kan gaan verstuiven en het zicht van weggebruikers achter u kan belemmeren. Ook het ijs en de sneeuw op de verschillende verlichtingssystemen moet worden verwijderd, inclusief de knipperlichten. Zo maakt u uw voertuig zichtbaarder voor anderen op de weg.

  1. Draag geen winterse kleding tijdens het rijden. U kan daardoor namelijk moeilijker bewegen. Zo kan een te grote jas bijvoorbeeld ervoor zorgen dat uw veiligheidsgordel niet correct kan worden gebruikt, met een groter risico op verwondingen bij ongelukken als gevolg. Het systeem van de Climate Control helpt om de cabine op een comfortabele temperatuur te houden. In plaats van dikke kleding kan u het best een vest of een dunne jas dragen.
  2. Houd afstand ten opzichte van de wagens voor u. Als u niet hard rijdt en in een file staat hoeven dit maar een paar meters te zijn, maar deze afstand moet groter zijn als u over de snelweg rijdt. Als optimale afstand wordt vaak het dubbele van snelheid die gereden wordt genomen. Bij een snelheid van 40 kilometer per uur, bijvoorbeeld, zou de afstand tot de wagen voor u dus 80 meter moeten bedragen.
  3. Let op de borden aan beide kanten van de weg. Dit kan u helpen wanneer veel verkeersborden onleesbaar zijn geworden als het gevolg van opgehoopte sneeuw.

  1. Let goed op hoe de andere weggebruikers zich gedragen, want ook zij kunnen in de fout gaan. Als de wagen achter u te dicht op u zit, dan kan u deze u het best laten inhalen, zodat u zonodig op tijd kan remmen, iets wat deze andere wagen niet zou kunnen doen.
  2. Vermijd het inhalen van gespecialiseerde voertuigen. Zo doen sneeuwruimers bijvoorbeeld veel sneeuw opstuiven met een slechtere zichtbaarheid als gevolg. Het wordt in dergelijke situaties erg gevaarlijk om in te halen, ook omdat de schuiver breder is dan het voertuig zelf en dat is niet altijd makkelijk in te schatten.

  1. Als u niet kan vertrekken omdat de banden doorslippen, dan kan u met behulp van een speciale spray een betere grip op de banden creëren. Zo kan u zelfs bij zware ijzel gewoon starten.
  2. Tijdig remmen bij kruispunten en stoplichten. Dit zijn twee verkeerspunten die specifieke risico’s met zich meebrengen. Als gevolg van het constante afremmen op deze plekken worden ze vaak gladder dan andere plekken. Daarnaast is ook de kans op ongelukken groter, omdat ook andere weggebruikers fouten kunnen begaan.
  3. Zorg ervoor dat de wielen recht staan wanneer u optrekt, zodat u altijd een goede grip op de weg heeft.
  4. Als u op wintersport gaat, is het van groot belang dat alle bagage op een correcte en veilige manier wordt vastgezet, want in het geval van een ongeluk kan ook een kleiner object voor gevaar zorgen, als gevolg van de inertie van de impact.
  5. Het belang van rijvaardigheid bij het rijden in de winter. We bieden enkele tips voor een verbeterde veiligheid bij het rijden over gladde wegen:
    • Als de wagen niet op uw bevelen reageert, moet het stuur in de beginpositie worden teruggezet voordat u er opnieuw aan gaat draaien. Om een compleet verlies van controle te voorkomen, dient er niet te bruusk aan het stuur te worden gedraaid.
    • Goed door bochten rijden is ook een kunst. Belast de wielen vooraan maximaal alvorens de bocht in te draaien, zodat deze niet gaan slippen. Laat hiervoor het gaspedaal plots los en stuur de wagen met een ruime hoek de bocht in. Begin daarna weer met het licht indrukken van hetzelfde pedaal.
    • Als u gaat slippen met een auto met achterwielaandrijving is het belangrijk om in de richting van de slip te sturen en het gaspedaal volledig los te laten. Net als bij vierwielaangedreven wagens moet u ook het stuur in de richting van de slip draaien. Laat het gaspedaal echter niet helemaal, maar gedeeltelijk los. In het geval van een voorwielaangedreven wagen dienen de wielen in de juiste richting te worden gedraaid terwijl het gaspedaal wordt ingedrukt.
    • U kan de wagen ook met het pedaal van de koppeling besturen. Door dit pedaal kort in te drukken kan u het voertuig doen stoppen met draaien of slippen. Als er veel sneeuw ligt en de wagen weinig grip heeft, kan u het pedaal van de koppeling loslaten om het toerental op te voeren.
    • De onderbroken manier van remmen is een veilige manier van remmen. Dit refereert aan het kort, krachtig, en verschillende keren indrukken van de pedalen van de remmen. Zo kan u voorkomen dat de wielen gaan slippen, terwijl het voertuig stap voor stap langzamer gaat rijden.
    • Het slippen van een voorwielaangedreven auto kan worden gecontroleerd door de pedalen van het gas en de remmen tegelijkertijd in te drukken. U kan dit doen met behulp van de hendel van de handrem.

Slot

Rijden tijdens de wintermaanden kan gevaarlijk zijn. Dat wil echter niet zeggen dat u daarom uw auto maar beter niet kan gebruiken in de winter. Als u goed let op de andere weggebruikers, ervoor zorgt dat alle systemen en onderdelen van uw voertuig goed werken, zo voorzichtig mogelijk rijdt, en onze tips ter harte neemt, dan kan u perfect en comfortabel rijden tijdens de wintermaanden.

loader Even geduld, a.u.b....